De archieven

Wandel-vier-daagse

Wandel-vier-daagse

Ik doe het liever niet. Meedoen, aan de wandelvierdaagse. De man en ik lopen graag en  slepen de telgen vaak mee naar buiten om te wandelen. Ze moeten zelfs in de vakantie de berg op.

Maar de wandelvierdaagse. Nee.

Vorig jaar ben ik heel stil gebleven. Geen van de kindjes gaven een kik. De deadline verstreek -ik deed een klein dansje- en er gebeurde niks.  Hier kan ik wel aan wennen dacht ik nog.

Pling:

Bericht van Mijn School: U kunt zich inschrijven,…..

De marketingcampagne werd zelfs actief doorgevoerd en overal hingen posters. En toch bleef het stil.

Tot de laatste twee dagen voor de deadline.

Dochter: ‘Mam: Ik wil eigenlijk wel lopen’

Ik: ‘Dan ga je naar buiten?’

Dochter: ‘Maahaaaam’

Shit, ik ontkom er niet aan. Ik bericht de buuf.

‘Ze wil lopen’

Antwoord: ‘Hier ook eentje’

Ik: ‘Ja, maar ik ga echt niet alle dagen lopen’

Nu hebben ze daar een uitvinding voor: De dagspeld. Ik weet niet of ze de drempel voor de kinderen of de ouders willen verlagen, maar ik ben er blij mee.

Je kan dan kiezen tussen 1, 2 en drie dagen.

Dat wordt dus één dag.

Ik bericht de buuf: ‘De maandag dus, dan zijn we er gelijk van af’

Dagen en weken verstrijken.

En dan een bericht van de judo meester: ‘Ivm de wandelvierdaags…… ‘

Ik had het dus -bewust of onbewust- niet in de agenda gezet. Vervolgens haalt de man de dochter op. En die was net zo verrast als ik en zelfs de dochter was het vergeten. Een complete tas met inhoud kreeg ze mee van school!

Dochter: ‘Je had me heeeelemaal niet verteld dat je me had opgegeven. Man, lichtelijk in paniek en met radicaal andere plannen in de agenda: ‘Moet ze vandaag lopen?’

Ik kijk in de agenda. Morgen kan. Ik bericht de buuf: Morgen samen? Het antwoord is nee. Ik was namelijk vergeten dat we de maandag hadden afgesproken. Ik ga lekker, denk ik.

De dinsdag:

We eten poffertjes, want koken en om 18h bij de start staan is niet te doen. We fietsen die kant op en ik zie de massa. ‘Ik kan nog terug’, denk ik.  Ik zie mede-slachtoffers, maar ook semi- professionele aangeklede ouders die er te vrolijk bij lopen. Ik begin met lopen -ik denk aan wat een vriendin zei, dat ze 2h bezig was geweest ivm het tempo van gisteren- en probeer de pas erin te houden.

De dochter kletst en dartelt wat rond met haar vriendinnen.  Waar de school preventief een appel en water heeft meegegeven, worden na vijf stappen de eerste snoepzakken open getrokken. En, ja, die van mij dus ook.

Na  een tijd is de dochter haar vriendinnen kwijt. Mijn tempo ligt volgens haar te hoog, maar dat vindt ze niet erg.  Zo beginnen we met een inhaalslag en we hebben ons tot doel gesteld om als eerste over de finish te komen. In de verte zie ik ons huis. ‘Zullen we?’, vraag ik. De dochter schudt haar hoofd. Bijna, denk ik. Bijna.

We lopen door. Een vriendin betrapt me -zij al hardlopend en ik bellend met het thuisfront- en ik moet heel hard lachen. Zij weet hoe erg ik het vind.

De dochter kletst en ik krijg er lol in. Ze krijgt het koud en ik geef haar mijn jas. Mijn jas die veels te groot is voor haar en bijna nu op de grond hangt. Nog een klein stukje en dan: We zijn er!

De fiets wordt gepakt en we nemen een alternatieve route terug. Zo vermijden we de meute. De dochter kletst nog steeds- en ik hoor niet alles meer- en dan: ‘ Mama. Ik ben blij dat jij mijn mama bent’

Ik ben er stil van. Daar doe je het voor. Tenzij het een charmeoffensief is. En ze hoopt dat ik volgend jaar weer meega.

De volgende ochtend: ‘Mam, je hebt toch niet dat oranje T-shirt gewassen?

Ik: ‘Natuurlijk!’

Zij: ‘ Dat mocht niet, dat hadden ze expres doorgegeven!

Ik haal een schoon en gewassen oranje T-shirt uit de was. De rest van de was heeft ook een kleurtje gekregen. En zo eindigt mijn vierdaagse van 2019.

Geen reactie's

Geef een reactie